Bereikbaarheid

Bereikbaarheid is een belangrijke voorwaarde voor wonen, werken en voorzieningen. In Nederland staat de bereikbaarheid onder druk door groei van mobiliteit, verstedelijking en door de beperkte ruimte en financiële middelen voor infrastructuur. Voor Flevoland is een goede bereikbaarheid via wegen en met het openbaar vervoer extra belangrijk omdat veel inwoners buiten de provincie werken. Met de ambitie van meer dan 100.000 extra woningen neemt het aantal inwoners fors toe. Hoewel ook de werkgelegenheid groeit, is dit onvoldoende om de sterke afhankelijkheid van verbindingen met omliggende arbeidsmarktregio’s te verminderen.

De ontwikkeling van woningbouw en economie leidt tot een groei van mobiliteit die sneller toeneemt dan de beschikbare infrastructuurcapaciteit. Hierdoor bereikt het mobiliteitssysteem op meerdere plaatsen op de weg en in het openbaar vervoer zijn grenzen, waardoor de baanbereikbaarheid afneemt doordat inwoners veel te lang onderweg zijn naar het werk.

Huidige beleidssituatie en uitvoering

Waar de Rijksoverheid inzet op het oplossen van de wooncrisis door Woondeals te sluiten met decentrale overheden, wordt de randvoorwaarde van voldoende bereikbaarheid steeds minder goed ingevuld. Met de (her)prioriteringsopgave van +/- €80 miljard voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat staat het in stand houden van spoor-, water en autowegen al enorm onder druk, laat staan dat de infrastructuur kan meegroeien met de groei van Nederland.

Provincie Flevoland heeft met het bereikbaarheidsonderzoek 100.000 woningen laten zien dat zelfs met grootschalige investeringen (waaronder IJmeerverbinding, Lelylijn en Stichtse lijn), knelpunten in de bereikbaarheid verergeren wanneer de groei van Flevoland wordt gerealiseerd zoals nu wordt voorzien. Het onderzoek beveelt aan dat meer werkgelegenheid, meer nabijheid van voorzieningen en ander reisgedrag eveneens nodig zijn om de leefbaarheid en ontplooiingsmogelijkheden van bestaande en nieuwe inwoners te borgen.

In omliggende gebieden, zoals Amsterdam, Utrecht en Zwolle is de trend dat binnenstedelijk minder ruimte wordt gegeven voor de auto en daarmee voor de forens. Dit heeft ook invloed op de Flevolanders die in grote mate afhankelijk zijn van deze gebieden voor hun werkgelegenheid.

Het najaar van 2026 gaat meer duidelijkheid geven over het langetermijnperspectief dat het Rijk kan bieden voor de bereikbaarheid van Flevoland:

  • Het kabinet is voornemens om het afweegkader voor prioritering van het Mobiliteitsfonds en Deltafonds vast te stellen. Met de bestuurlijke overleggen voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) zal in het najaar 2026 duidelijk worden of er vanuit deze fondsen perspectief blijft op de IJmeerverbinding en de Lelylijn en hoe stappen worden gezet voor uitbreiding van de A6, de A27, de N50 en het spoor tussen Schiphol en Lelystad (SAAL).
  • Bereikbaarheidsanalyses in het kader van de Integrale Mobiliteitsanalyse van het Rijk en de update van het Multimodaal Toekomstbeeld zullen meer actueel inzicht geven in de knelpunten en de effecten op de bereikbaarheid van Flevolanders op middellange en lange termijn.

Dit zal mogelijk leiden tot inzichten waarbij:

  • Delen van het netwerk structureel te zwaar belast raken;
  • Reistijden onder druk staan en de bereikbaarheid van woon- en werklocaties alsmede voorzieningen verslechtert;
  • De ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties afhankelijk wordt van beschikbare ruimte in het mobiliteitssysteem.

Hier zijn duidelijke keuzes nodig tussen:

  • De omvang en het tempo van woningbouw en de beschikbare bereikbaarheid;
  • Investeringen in verschillende corridors en verbindingen;
  • Inzet op zowel uitbreiding van infrastructuur en het beter benutten van bestaande netwerken (waaronder spreiden en mijden);
  • Inzet op verschillende mobiliteitsvormen en het gebruik daarvan;
  • Maatregelen met effect op korte termijn en investeringen met een lange doorlooptijd.
  • Uitbreiding van het systeem dan wel acceptatie van bereikbaarheidsknelpunten.

Niet alle ontwikkelingen kunnen gelijktijdig worden gerealiseerd. Prioritering en fasering zijn noodzakelijk.

Juridische context en rol van de provincie

Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor regionale infrastructuur, openbaar vervoer en de afstemming met ruimtelijke ontwikkeling. De provincie Flevoland vervult tevens een kaderstellende, coördinerende en verbindende rol. Zij brengt regionale bereikbaarheidsopgaven in bij nationale besluitvorming en stemt mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling op elkaar af, waarbij de samenhang tussen bereikbaarheid, woningbouw en economische ontwikkeling wordt bewaakt.

Met het Programma Mobiliteit en Ruimte zet Provincie Flevoland tot 2030 in op het mee laten groeien van de bereikbaarheid met de groei van Flevoland. Daarbij wordt ingezet op verschillende transities om de groei van Flevoland ook op langere termijn mogelijk te maken. Doorgaan op de huidige manier is niet haalbaar: het huidige mobiliteitssysteem biedt onvoldoende ruimte voor ruim 100.000 extra woningen en even veel auto's. Daarom wordt een verandering van reisgedrag op verschillende onderdelen beoogd:

  • Een steeds groter aandeel reizen met duurzaam en ruimte-efficiënt vervoer; meer met (een combinatie van) OV, fiets en lopen of vervoer van goederen over het water in plaats van over de weg. Niet voor alle verplaatsingen en voor iedereen is een (eigen) auto nodig of de meest logische keuze. Dit geldt voor korte ritten, (hoog) stedelijk gebied en op drukke vervoersassen.
  • De transitie naar een toegankelijker en goedkopere vorm van vervoer.
  • De transitie naar slimmer reizen zodat we het mobiliteitssysteem beter benutten. Hierbij helpt inzet van data om reizigers een passende keuze van vervoerswijze, route of tijdstip te laten maken.
  • Vervoerssystemen met goede overstappunten (hubs) beter op elkaar laten aansluiten.

Met de herijking van het Programma Mobiliteit en Ruimte kunnen minder maatregelen uitgevoerd worden die Flevolanders in staat te stellen om op een andere wijze te reizen. En daarmee zal de druk op de bereikbaarheid van bestaande en nieuwe inwoners van Flevoland steeds groter worden.

Betrokkenen

De bereikbaarheidsopgave betreft meerdere partijen met verschillende rollen en verantwoordelijkheden, zoals het Rijk, beheerders van infrastructuur en uitvoeringsorganisaties, gemeenten en regionale samenwerkingsverbanden, vervoerders en bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. Deze partijen zijn betrokken bij verschillende onderdelen van het mobiliteitssysteem, waaronder infrastructuur, openbaar vervoer en gebruik van netwerken.

Ontwikkelingen en besluiten in één onderdeel werken door in andere onderdelen van het systeem. De bereikbaarheid van Flevoland is daarmee het resultaat van gezamenlijke besluitvorming, waarin capaciteit, middelen en prioriteiten samenkomen.

Financieel kader

De beschikbare financiële ruimte staat onder druk door stijgende kosten voor aanleg en onderhoud van infrastructuur, beperkte middelen voor nieuwe investeringen en de toenemende vraag naar investeringen vanuit meerdere regio’s en opgaven.

Daarbij ontstaat spanning tussen:

  • Inzet van middelen voor bereikbaarheid en andere maatschappelijke opgaven;
  • Regionale ontwikkelambities en de beschikbare infrastructuurcapaciteit;
  • De snelheid van ruimtelijke ontwikkeling en de langere realisatietermijnen van infrastructuur;
  • Het op peil houden van bestaande infrastructuur en het realiseren van nieuwe verbindingen.
  • Regionale prioriteiten en nationale keuzes in investeringen;

Binnen deze context maakt de provincie afwegingen over prioritering, maar ook inzet en positionering richting het Rijk en andere partners.

Feiten, cijfers en bronnen

In deze monitor is meer informatie te vinden over de cijfers van bereikbaarheid.

Programma Mobiliteit en Ruimte

100.000 woningen onderzoek

Laatste update: Juni 2026